Corneel Geerts (76)December 2016

30/11/1940 - 03/12/2016

Corneel Geerts was één van die noeste werkers, die met gezond verstand én vrouw van helemaal niks een heus imperium voor zijn familie uitbouwde. "Wie ik ben? Awel, de beste transporteur van Europa!"

BART BARTOLOMIVIS

Vaak genoeg liep hij de sauna in zijn Wijnegemse huis voorbij en ging dan in dat magazijntje zitten, met memorabilia en souvenirs volgestouwd, uit 42 jaar hard werken. Met hier de oude bakfiets van zijn vader en daar zijn eerste opwindbare rekenmachine, die zo lang alleen maar kosten had geteld.

En terwijl hij in zijn persoonlijke "transportmuseum" door de vele krantenknipsels bladerde of zijn Zweedse flessen Franse wijn aanraakte, bedacht hij zich hoe boos de dokter 10 jaar geleden was geworden en hem had toegebeten: "Eigenlijk is 't heel eenvoudig, hé Corneel! Of ge sterft, of ge stopt er nu onmiddellijk mee!"

Ze hadden hem met lichte aandrang moeten buitensleuren. Of hij zou gewoon zijn doorgegaan. Maar tenslotte had ie ook nu weer naar zijn Liliane geluisterd. Als het niet aan haar gelegen had, ze waren misschien niet eens die grauwe 'golden Sixties' uitgeraakt, toen ze met helemaal niks begonnen waren. Of "onder nul", zoals Corneel graag zei.

En nu, op pensioen - in z'n geelrode firmajogging waarin hij ook gekist wou worden - moeide hij zich niet meer met zijn zoon. Maar wel belde hij nog bijna dagelijks met de garagist van het bedrijf, vaderlijk bezorgd om zijn zo geliefde camions.

Hoe groot CG Transports ook was geworden, altijd was Corneel dat jongetje nog, dat in de poëzie-albums van vriendjes een vrachtwagentje tekende. En dat niet veel later al op café laadcontracten voor zijn ouders afsloot. En met hun groenten en hun fruit op en af naar Duitsland reed, zonder rijbewijs.

Tot pa hem - na zijn moeders dood - op droog zaad liet zitten. Waarbij hij wel de groentenwinkel maar niet diens transportvergunningen kreeg. Zodat er voor Corneel niets anders opzat dan met wat golfplaten en palletten een huisje bouwen, en rekenen op zijn vrouw, die - naast de winkel - op de financiën lette, en op de telefoon.

Zelf plakte hij een valse vergunning op zijn aftandse Mercedez-Benz, waarin hij - babysitgewijs - ook zijn zoontje stopte, en 5000 km per week vermaalde, over gewone weggetjes, binnendoor, omdat er - in die vroege sixties - geen autostrades waren.

En zo kon kleine Marc papa zien én horen vloeken op die pruttelende motor en dat chassis dat onder die veel te zware lading dreigde door te plooien.

Na het fruit en groenten voor de Antwerpse Joden was hij met rioolbuizen voor de aanleg van de Ring gaan zeulen. Om tenslotte - voor het Amerikaanse leger - met de allereerste containers rond te bollen.

In Antwerpen dacht men dat ie was zot geworden, met die bizarre kisten op zijn van de bank geleende MAN gebonden. Maar het zou hun redding blijken. Want de containerbusiness boomde. En Geerts Corneel was slim.

Vaarden op maandag de volgeladen schepen de haven binnen, dan bougeerde hij de hele ochtend niet. Had hij wel al in het vakblad van Lloyd's gezien dat er werk bij de vleet zou zijn. Zodat de rederijen tegen de middag zelf belden. Of hij hen niet hoogdringend verlossen kon. "Uiteraard," zei dan Corneel. "Maar dan wel aan mijne prijs."

Met zijn boerenverstand en buikgevoel en Liliane maar aan de teugels trekken, als hij wat al te hevig ging, kregen ze verbazend snel poot aan de grond in de haventrafiek rond Antwerpen, Rotterdam en ook Zeebrugge.

"Wiskunde en de wet," zei hij altijd. "Daarmee ben ik ver gekomen." Zo ver dat - na een decennium krassen - het nulpunt eindelijk was bereikt, en vanaf dan alles met rasse schreden crescendo ging.

Zodat Corneel op de communiefoto van zijn zoon wel heel ontspannen tegen één van z'n ondertussen handvol DAF's kon leunen. En ook "Gene flauwekul!" kon zeggen toen Marc van automechanica studeren sprak. "Leert gij maar boekhouden."

En dus zat Marc op woensdagnamiddag voor pa te factureren. Als hij al niet naar Brussel werd gestuurd, om er de transportlicenties te laten verlengen of valideren. Een fluitje van een cent, omdat pa tussen de karrevracht aan paperassen ook wat briefjes van 100 frank gestoken had.

"Achter het stuur van een camion kunt ge geen geld verdienen," had Corneel dan al lang begrepen. Zodat hij van eenvoudige truckchauffeur werd hij nu "de kapitein aan het roer op den bureau" zou worden, vanwaar hij - samen met zijn vrouw - steeds ambitieuzere lijnen uit ging zetten.

De eerste richting Parijs. Waar hij - zonder een woord Frans - een bijkantoor oprichtte. Waarna ook de Zweden voor zijn diensten zwichtten. Decennialang mocht hij - en alleen hij - de rekken van de staatswinkels daar met Franse wijnen vullen. Zodat in zijn huis te Wijnegem , dat 15 jaar daarvoor nog uit golfplaten was opgetrokken - plots een zwembad en een sauna kwam.

Met alle trucen van de foor was de sky - of dan toch de road - the limit. Desnoods door 3 trailers achter elkaar te spannen of zijn ouwe gabber Jos Van Hool, de bussenman om opleggers met een dubbele vloer te vragen. "Omdat ik anders toch alleen maar lucht vervoer!"

Met zoveel wind in de zeilen was het eind jaren 80 de hoogste tijd om naar een industriepark uit te wijken. Alsof het niet al te gek geworden was om al die Scania's nog langer bij de buren in de dorpskern of op de parking van de Sarma te stallen.

Ondertussen was zoon Marc in het bedrijf tot sales manager opgeklommen. Wat met die oude stempel van z'n pa wel eens tot gekibbel leidde. Al werden - met een groei van bijna 50 procent per jaar - die plooitjes snel weer gladgestreken.

Zodat de grote baas blijgemutst langs zijn buitenlandse bureaus kon trekken. Soms met privé-jet, maar altijd met de VHS-cassette, om waar dan ook zijn promofilm te laten zien, die hij met zijn steenkoolengels, pfaffenduits of koeterwaals de nodige kracht bijzette.

"Ik ben de beste transporteur van Europa," liet hij, om de tijd te doden, zijn naaste buurman op een of ander Fins vliegveld weten. "En wie zijt gij?" Waarop de aangesprokene zich voorstelde als de Georgisch minister van Vervoer.

En voor hij het wist stapte Corneel in Tbilisi uit, waar hij - vanuit de buik - president Sjevardnadze mocht adviseren. Vaak genoeg tijdens diners waarbij de disgenoten kalashnikovs aan tafel droegen. Alleman behalve Corneel, die wel mooi het ondernemingsnummer 001 kreeg opgespeld. Wat nooit echt zijn bedoeling was: "Ik wou alleen absoluut ne keer die Hollanders voor zijn."

Ook in debatten met Delors of met Van Miert paste hij zijn recht-door-zeese stijl niet aan. Al kon hij het soms ook à la Phil Bosmans zeggen: "Jullie politici zitten op de wolken en daar schijnt altijd de zon. Kom daar nu eens af en bij ons in de regen zitten."

Niets liever deed Corneel dan vanop duizenden kilometers afstand zijn chauffeurs in panne helpen door de telefoon. Waarbij zijn raad in geen mijlen leek op het advies van zijn pas, die, toen de 15-jarige Corneel hem zijn accident op weg naar Keulen doorbelde, riep: "Gaat lopen, zo hard ge kunt!"

En het was niet omdat hij al eens diabetes kreeg of een sporadisch hartinfarct dat zijn riem eraf mocht gaan. Indien nodig ontbood hij de dokter gewoon op zijn bureau en liet - en passant - het hele personeel de griepspuit zetten. Maar zo'n jaar of 10 geleden was de dokter het beu:. "Want ge wilt niet luisteren, Corneel!"

Misschien was het wel voor Liliane dat hij er dan toch de brui aan had gegeven. Of het - na 42 jaar en 100 uur per week - wat kalmer aan wou pakken.

Om al eens naar Tenerife te gaan en van de mosselen in 'den Engel' te genieten. Of om gewoon wat rond te hangen in zijn museum en zijn trainingspak. Zonder weliswaar zijn neus voor zaken ook maar een ogenblik te verliezen.

"Ziet ge in Zeebrugge die schepen daar?" sprak hij op de pier van Blankenberge. "Met moeite hebben die 2 containers op elkaar. Terwijl dat normaal vijf hoog moet zijn. Watte? De economische crisis al voorbij?! Dikke zever!"

Wat zoon Marc, van CG Transports nu de CEO, aan de lijve ondervond, maar niet meer aan Corneels hart mocht komen. Pas acht jaar na zijn abrupt pensioen liet hij zich op een awardshow nog eens aan de verzamelde transport sector zien. Aan de zijde van de zonen van zijn zoon, die bompa - tussen Disneyland en Wijnegem Shopping Center door - met woord en daad had klaargestoomd voor de harde zakenwereld.

"Er is maar 1 letter belangrijk in het hele alfabet," zei Corneel meestal. En dan wisten ze dat hij de R van Resultaat bedoelde, die, in zíjn woordenboek althans, vóór de W van werken kwam.

"Wie niet leren wil, moet werken," was er nog zo één. Maar met zo'n bompa was het eigenlijk normaal dat de jongens, die als kind al rechtopstaand ontkoppelden en met 2 handen trokken aan de versnellingspook, het bedrijf in wilden. Maar niet zonder 's middags bij de lunch om advies voor elk probleem te vragen. Waarvan bompa vreemd genoeg al wist, nog voor het was uitgesproken. Evenals de Lieve Heer had Corneel zo zijn ondoorgrondelijke wegen.

"Wij hebben het toch niet slecht gedaan," probeerde Marc wat onwennig aan het sterfbed waarop zijn stugge, ijzersterke pa uiteindelijk geveld door kanker lag. Maar die liet meteen alle reserves varen en sprak: "Ik ook van u, mijn zoon."

Het laatste woord was voor zijn vrouw. "Ik zien u geire!" had hij - in haar armen - gezegd na "Ik kan niet meer!" Vlak voor hij om 6u41 sterven zou, in de kamer waar hij - én zij - lang geleden - onder nul - hun levenswerk hadden opgericht.

Ja pa je was ne straffe, ons kerstfeest gaat nooit meer het zelfde zijn, ik zie je graag.